Niet meer licht, maar een afgemeten ontwerp

Door Tobias Woldendorp en Ritsert Huijsman

Met deze blog delen we inzichten en vragen die zijn ontstaan in gesprekken tussen Tobias Woldendorp, adviseur sociaal veilig ontwerp en beheer, en Ritsert Huijsman, lichtontwerper. We doen dat als bijdrage aan het gesprek over sociale veiligheid in de openbare ruimte, door kennis te verbinden en verschillende perspectieven samen te brengen.

Aanleiding 

In het publieke debat over sociale veiligheid circuleren veel stellige uitspraken. Ze komen uit uiteenlopende disciplines en worden vaak teruggebracht tot hapklare quotes. Onderbouwing ontbreekt daarbij geregeld. Dat vergroot de kans op misverstanden en schijnoplossingen, zeker wanneer licht wordt gepresenteerd als snelle remedie voor sociaal onveilige situaties.

Door verspringen van op auto’s afgestemde lichtarmaturen naar de middenberm ontstaan zwarte gaten waar de fietser in fietst.

Reflectie en kans

Tegelijkertijd zien we dit als een moment om het belang van de openbare ruimte opnieuw te benoemen. In een tijd waarin sociale media een groot deel van het publieke debat en contact bepalen, wordt fysieke nabijheid steeds schaarser. Juist de openbare ruimte kan een plek zijn voor ontmoeting, nuance en wederkerigheid. Daarmee vormt zij een belangrijk tegenwicht voor de gepolariseerde dynamiek van het online domein.

Objectief en subjectief

Registraties van criminaliteit, zoals fietsendiefstal, autokraak, beroving, inbraak en vernieling, zijn tot op zekere hoogte meetbaar. Dergelijke gebeurtenissen kunnen bijdragen aan gevoelens van onveiligheid. De beleving van veiligheid laat zich echter veel minder eenduidig duiden. Zij is context-, persoons- en tijdsafhankelijk en laat zich niet vangen in vaste cijfers.

Avondschouw met auteurs, op snijvlak sociaal veilig ontwerpen en licht: een onderdoorgang staat nooit op zichzelf. De beleving begint voor de tunnelmond en loopt door tot na de passage. Herken je gelaatsuitdrukkingen, weet je hoe je vervolgtraject eruitziet?

Checklists en richtlijnen kunnen helpen als inspiratie of aandachtspunt, maar het subjectieve gevoel van sociale veiligheid laat zich moeilijk vertalen naar technische normen. Sociale veiligheid is onderdeel van een complexe ontwerpopgave, waarvan het resultaat pas achteraf in de praktijk kan worden ervaren. Juist daarom is het van belang om sociale veiligheid gedurende het ontwerpproces expliciet te onderzoeken, te bespreken en te toetsen, in meerdere fasen en vanuit verschillende perspectieven.

Onderdeel van de ontwerpopgave

Sociale veiligheid vraagt om aandacht in alle ontwerpfasen, van schetsontwerp tot voorlopig en definitief ontwerp. Niet via één norm of checklist, maar binnen expliciete kaders en in gesprek met relevante experts. De context is daarbij bepalend. Een fietspad in het buitengebied, los van een rijweg en zonder informele ogen in de avonduren, kan heel anders worden beleefd dan een route door de bebouwde kom, langs voortuinen en met toezicht vanuit langzaam rijdend verkeer.
 

Denkrichting, het Beoogd Sociaal Veilig Systeem

Als denkrichting introduceren we het Beoogd Sociaal Veilig Systeem. Dit is een manier om vooraf expliciet te maken welk sociaal gebruik en welke beleving van veiligheid op een plek wordt nagestreefd, als onderdeel van een groter geheel. Voor wie is de ruimte bedoeld, op welke momenten en onder welke omstandigheden? In deze en volgende blogs werken we dit kader verder uit en toetsen we het in gesprekken met experts uit aangrenzende vakgebieden.

Landschap en stedenbouw

Sociale veiligheid begint bij ruimtelijke keuzes. Door routes zo te organiseren dat mensen elkaar vaker tegenkomen, ontstaan meer ogen op de ruimte, ook in de nacht. Dat vraagt om het ontwerpen van landschap en openbare ruimte met aandacht voor het gebruik na zonsondergang. Licht speelt daarin een rol, maar is nooit het enige middel. Soms is juist de afwezigheid van licht betekenisvol. Denk aan een route door een stedelijk bospark, waar overdag intensief recreatief gebruik plaatsvindt, maar waar je in de avond en nacht niet per se wilt uitnodigen tot verplaatsing.

Goed licht en het voorkomen van schijnveiligheid

‘Goed licht’ wordt vaak genoemd als snelle oplossing bij sociaal onveilige situaties, maar het is geen universeel recept. Licht kan niet worden gebaseerd op normen of richtlijnen alleen, die vooral verkeersveiligheid adresseren en geen garantie bieden voor een positieve beleving of een gevoel van veiligheid. Onzorgvuldig toegepast kan licht zelfs schijnveiligheid creëren: een goed verlichte plek kan veilig lijken, terwijl de context dat niet ondersteunt. Het werkt pas echt wanneer het onderdeel is van een beoogd sociaal veilig systeem, afgestemd op de omgeving, het gebruik en de aanwezige sociale controle, en zo een versterkend element vormt binnen het grotere geheel.

Placemaking, het vergroten van eigenaarschap, kan een bijdrage leveren aan sociale veiligheid als de route ook dé veilige avondroute is; anders draagt het eerder bij aan schijnveiligheid.

Vooruitblik

Deze blog vormt een eerste verkenning. In volgende blogs verdiepen we het Beoogd Sociaal Veilig Systeem en toetsen we het aan de praktijk, in gesprek met experts uit ontwerpende en andere disciplines.

Foto’s van auteurs

De toegankelijke poort naar de stad

Binnen een week doorkruiste ik twee bijzondere Europese stationsomgevingen: van hellingbaan naar megalomaan in Limburg en in Polen.

Maankwartier van Michiel Huisman

Laat ik beginnen met die in Heerlen, die ik bezocht van 18 -20 oktober. Ik was met partner een lang weekend in de stad en was al tijden nieuwsgierig naar het Maankwartier, de opgewaardeerde stationsomgeving van Limburgs’ tweede stad. Bijkomstigheid was dat ik mijn stage vanuit de Middelbare Tuinbouwschool in Frederiksoord bij de Rijks Geologische Dienst in 1976 gelopen had. Ik was benieuwd of ik na vier decennia nog wat elementen van de stad zou herkennen.

Dat bleek weinig, nu ja Glaspaleis Schunck natuurlijk, destijds nog warenhuis, nu cultureel hart van de stad, maar de stationsomgeving in ieder geval niet. Ik was er in de tijd dat Lange Jan en Lange Lies, de schoorstenen van de Oranje Nassaumijnen opgeblazen werden en de sfeer, ook door de sluiting van de mijnen, op straat nogal grimmig was. Zeker in de Stationsstraat was sociale veiligheid in mijn studentenjaren geen sinecure, en al leken het stationsgebouw en omgeving enigszins op dat van Maastricht, de sfeer was er ronduit minder. Wel fijn dat ik nog een hard copy stadsplattegrond uit 1972 bij me had, om me nog enigszins op het verleden te kunnen oriënteren.

Hoe anders is dat nu. Geef een bevlogen kunstenaar de vrije hand en die zet de stad zo op de culturele kaart. Het heeft enige jaren geduurd voordat de plannen van Michiel Huisman, kunstenaar en uitvinder en zelfbenoemd morfoloog, gerealiseerd werden. De eerste ideeën werden geboren in 2002, precies tien jaar later werd met de bouw begonnen en dit jaar voltooid. Al is voltooid een groot woord, want Huisman lijkt nooit klaar te zijn met plannen. In het geval van het Maankwartier wil hij aanloopstraten naar het station verlevendigen door de strijd met de winkelleegstand aan te gaan, zo las ik tijdens mijn verblijf in de lokale media. Identiteit heeft het complex zeer zeker. Vooral de Zonnetoren is in de avonduren een schitterend baken.

Opvallend steile hellingbaan

Opvallend is dat je vanuit perronniveau aankomt en met stijgpunten of lift naar boven gaat, naar een stationshal op plus 2. De hal gaat over in een plein, met een opvallende hellingbaan die, als het ware als de tong van de kameleon, de Saroleastraat naar het centrum in loopt. Het doet me sterk denken aan het kasteel waar in de film van Tim Burton, Edward Scissorhands (Johnny Depp) in woont en waar een sterke hellingbaan in een wijk terechtkomt met pastelkleurige laagbouw. De hellingbaan is totaal onverantwoord: tijdens de afdaling zag ik een oudere vrouw omhoog zwoegen. Een hellingspercentage van 1:20 is echt het maximum wat een mens met fysieke beperking aankan. Ik denk dat de weg onder een helling van 1:4 is ontworpen. Parallel, maar uit de zichtlijn, loopt een roltrap en je mag hopen dat ergens een lift is opgenomen. Ik weet zeker dat je als landschapsarchitect een dergelijke oplossing nooit door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit zou krijgen, maar een kunstenaar staat boven de wet. Het zal mij benieuwen of deze oplossing er over drie jaar nog is. Spectaculair is het in ieder geval wel.

Megalomaan station Lodz Fabryczna

Precies een week later stapte ik uit de trein in Lodz Fabryczna, het met veel EU-geld opgetuigde nieuwe station in deze Poolse voormalige textielstad. Eerder dit jaar, toen ook net als nu drie dagen workshops aan de Politechnische Universiteit gaf over sociaal veilig ontwerpen, had ik me al verbaasd over het megalomane karakter van het station. Hoe anders dan de eerste keer dat ik hier per trein aankwam (november 2011) en het er uitzag als station Heerlen 1976.

Je komt aan op min 2, stapt de lift in en arriveert dan op min 1. Min één? Ik wil naar niveau nul. Maar nee, de lift gaat niet verder. Het lijkt de bedoeling van de architect, studio Systra, een Frans ingenieursbureau, dat je je na een hellingbaan van een kleine driehonderd meter (1:3000) beweegt door een lege hal, zeer overdadig modern gedecoreerd. Je ziet nog steeds niet waar je bent, en heel langzaam duiken de contouren van de door MVRDV ontworpen kantoorgebouwen op. Eenmaal buiten zet de hellingbaan zich nog enkele honderden meters voort en pas dan heb je zicht op de stad. Ik denk niet dat hier een landschapsarchitect bij betrokken is geweest. Ik draai me om en vraag me af wie er toezicht houdt op de verdeling van EU-gelden.

Want tegelijk duikt het beeld op van dat andere station: Lodz Kaliska. Dat ligt er nog steeds bij als station Heerlen in 1976, terwijl dit eigenlijk een veel centraler gelegen station is. Tenminste, als je ervan uit gaat dat een station niet alleen toeristen moet bedienen, maar ook de mensen die hoofdstedelijk wonen en dringend de auto uit moeten om over te stappen op OV en om hen tevens te bevrijden van de spaghetti-infrastructuur, waar het station mee is omwikkeld.